FFA, frontale fibroserende Alopecia, begint meestal met het naar achteren bewegen van de haarlijn aan de voorkant, aan de zijkanten van de hoofdhuid, maar kan ook achter de oren en in de nek beginnen. Enkele haren kunnen blijven bestaan in de kale plekken.

Klassiek voor FFA is het geheel of gedeeltelijk uitvallen van wenkbrauwhaartjes, soms is dit zelfs het eerste symptoom.

De term “littekenachtige alopecia” verwijst naar de aanwezigheid van littekenweefsel in de aangetaste gebieden van de hoofdhuid. Bij frontale fibroserende alopecia beschadigen ontstekingshaardjes en littekenvorming de haarzakjes, waardoor het moeilijk wordt om haar opnieuw te laten groeien.